Waar moet een kippenhok aan voldoen.

 Share

Het hok is de binnenruimte waar de kippen “roesten” of slapen, eieren leggen en (soms) schuilen voor de regen. De dieren verblijven er dus vaak. Daarom moet het hok aan een aantal voorwaarden voldoen.

Oppervlakte

Voor een toom van 3 niet te zware legkippen is een oppervlakte van 0,75 m

2 (1 m x 75 cm) een absoluut minimum. Overbevolking leidt tot verenpikken. Maak het hok minstens 80 à 90 cm hoog.

Vermijd scherpe hoeken of uitstekende spijkers. Dit is niet enkel belangrijk voor de kippen maar ook voor jezelf of voor je huisgenoten tijdens het rapen van de eieren.



De kippeningang

 

De opening waarlangs de kip in het hok kan, maak je zo’n 25 cm breed en 30 cm hoog. Je richt ze naar het zuiden of het oosten. Staat ze toch in de richting van de heersende wind, dan beschut je ze door er een struik of een kleine schutting voor te plaatsen. Voorzie een deur of klep waarmee je de opening en dus ook het hok kan afsluiten. Dat is handig wanneer je een kip wil vangen of wanneer je de dieren buiten wil houden om het hok te verversen. Wil je het hok iedere nacht of voor langere tijd gesloten houden? Plaats dan een rooster in het deurtje zodat de luchtcirculatie in het hok niet verhinderd wordt.

De inrichting van het hok

Bij een gemetseld hok gaat de voorkeur naar een gladde, betonnen vloer. Het houdt ratten weg en biedt bescherming tegen vocht, koude en roofdieren. Het laat ook toe het hok eenvoudig te reinigen en te desinfecteren. De oprand van de vloer moet ervoor zorgen dat de mest niet langs de deur of de kippeninkom naar buiten valt. Voorzie een opstapje voor jezelf en een loopplank voor de kippen. Vaak wordt in een groter hok de helft tot eenderde van de oppervlakte voorzien van een  een maaswijdte van 2,5 x 5 cm en bevindt zich op een houten kader. Maak het verwijderbaar en stevig zodat de kippen erop kunnen lopen. Daarboven worden dan de zitstokken en de voederbak geplaatst. Op die manier komen uitwerpselen en gemorst eten op een plaats terecht waar de kippen er niet kunnen in krabben. In een klein hok voorzie je onder de zitstokken een mestplank of mestschuif. De strooisellaag moet niet zo vaak worden ververst. Een paar keer per jaar is doorgaans voldoende. Onder de zitstokken doe je dit best wat vaker. Als strooisel in een groter hok gebruik je een laag stro waar je een gelijk gewicht aan houtkrullen tussen strooit. Met hun gescharrel houden de kippen het los. Vastgelopen strooisel moet worden verwijderd om te voorkomen dat het aan de poten blijft kleven en gaat stinken. In de mestschuif van een kleiner houten hok strooi je een laag houtkrullen. Het houdt de uitwerpselen droog en vergemakkelijkt het verwijderen ervan. In plaats van houtkrullen bieden dierenspeciaalzaken ook vezels aan van vlas, hennep en beukenhout. Ze zijn evenzeer geschikt als strooiselmateriaal. Om te slapen hebben kippen zitstok nodig. Voor de meeste rassen is de bekende panlat perfect: de breedste kant (3 cm) bovenaan, de randen iets afgerond. Voor grote en zeer grote rassen is iets breder – 4 à 5 cm – aan te bevelen. De kip moet de gelegenheid hebben om de tenen lichtjes rond de zitstok te krommen. Op een fijne, ronde stok zitten de dieren niet comfortabel. Op 1 meter zitstok is plaats voor 4 à 5 kippen van een halfzwaar ras. Spleten tussen het houtwerk en de plaats waar de stokken vastzitten in de muur, zijn de gedroomde broedplaatsen waar bloedzuigende mijten zich overdag schuilhouden. Ze moeten regelmatig gereinigd worden en zonodig met insecticide behandeld. Kippen slapen graag hoog. Plaats de zitstokken zo hoog mogelijk in het hok, met uiteraard voldoende ruimte tussen de stokken en het dak. De afstand van de zitstok tot de bodem of het rooster én de achterzijde van het hok moet minstens 35 cm bedragen zodat de staartveren niet tegen de wand schuren. Anders vallen de kippen letterlijk van hun stokje.

Ventilatie

Het hok moet voldoende verlicht en
verlucht zijn. Een goed klimaat in het hok heeft een positieve invloed op de gezondheid en de leg. Tocht is uit den boze. Vermijd daarom spleten en kieren. Een goede ventilatie krijg je door in één van de wanden van het hok onderaan een opening te voorzien – logischerwijs is dit de ingang voor de kippen – en bovenaan een verlichtings- en verluchtingsrooster te plaatsen. Doe dit in een wand die niet naar de overheersende windrichting is gekeerd. Het is aan te bevelen deze openingen op het zuid(oosten) te oriënteren. De kans dat het binnenregent,
is dan het kleinst. Droge, frisse lucht die het hok binnenkomt, wordt opgewarmd door de lichaamswarmte van de kippen en verlaat het hok langs de opening bovenaan. De luchtstroom voert ook het vocht mee dat ontstaat door de uitademing van de kippen en de verdamping van de mest. Een vochtig hok is ongezond voor de kippen, het doet de houten constructie sneller rotten en laat de mest samenkoeken.

Vocht en ongedierte vermijden

De constructie moet het binnendringen
van zowel vocht – regen en grondvocht – als van ratten en roofdieren voorkomen. Een overhangend dak is aan te raden. De gebruikte bouwmaterialen moeten behandeld zijn tegen vocht en rot. Gebruik milieuvriendelijke producten die niet toxisch zijn, op basis van lijnzaadolie of natuurlijke oliën. Behandel het hout enige tijd vóór je de kippen in het hok plaatst.

Veiligheid

Vermijd scherpe hoeken of uitstekende spijkers. Dit is niet enkel belangrijk voor de kippen maar ook voor jezelf of voor je huisgenoten tijdens het rapen van de eieren.

         

Terug naar natuurlijker kippen houden.
Natuurlijkerleven.nl
Samen op weg naar een betere wereld