De dektijd

                                   




Een paar weken voor de dekking worden de ooien gecontroleerd op de conditie, de uier, de poten en het gebit. Een goede uier voelt soepel aan en bevat geen knobbeltjes. In het melkkanaaltje van de speen is geen strengetje te ontdekken. Schapen  met een verkeerde uier geven minder melk, je kunt ze beter verkopen of laten slachten.
Ook ooien met erg afwijkende klauwen of een erg slechte conditie worden uit het koppel gehaald. Schapen die ouder zijn dan 4 jaar kunnen een paar snijtanden kwijt zijn. Het grazen gaat hun moeilijk af en ze nemen minder voer op. Dit betekent minder melk. Een schaap heeft in de onderkaak 8 snijtanden. Als het dier ongeveer anderhalf jaar oud is begint het met het wisselen van de melktanden, de middelste 2 eerst. Daarna worden ongeveer ieder half jaar 2 melktanden vervangen. Een schaap van 3 tot 3 1/2 jaar is klaar met wisselen en heeft een volwassen gebit. Een jong schaap dat een paar snijtanden mist heeft dus geen slecht gebit! Wanneer we ervan uitgaan dat de ooien gemiddeld 5 jaar meegaan, moet om de grote van de koppel op peil te houden, 1/5 van het aantal schapen aangehouden worden. Wie bijvoorbeeld 15 ooien heeft, moet jaarlijks 3 ooilammeren aanhouden. 

De ram

De ram heeft niet direkt invloed op het aantal lammeren dat in het voorjaar geboren word. Indirekt geeft hij wel zijn  eigenschappen aan zijn nakomelingen door, vandaar het gezegde: 'De ram is de halve veestapel!'. Koop daarom een ram waarvan de gegevens over wolkwaliteit, melkproductie van de moeder, grootmoeder en dochters en/of het uiterlijk van zijn nakomelingen bekend zijn. Bij een groot koppel melkschapen kun je een aantal ooien laten dekken door een vleestypische ram, bijvoorbeeld een Texelaar. De verkoop van de ramlammeren van melkschapen is weleens een probleem. Deze 'witneusen' zijn weinig vleestypisch en daarom bij vleeshandelaren niet erg gewild. Kruisingen zijn meestal beter te verkopen. Koop de ram een paar weken voor de dektijd. Sommige rammen hebben tijd nodig om aan een nieuwe omgeving te wennen. Let bij aankoop op luis en schurftplekken en controleer de klauwtjes op rotkreupel. Je zult niet de eerste zijn die door een ram aan te kopen een ziekte binnenhaald.

Bronsttijd

De bronst is de periode waarin de schapen drachtig kunnen worden. Door het korter worden van de dagen, daling van temperatuur en het contact met de ram word de bronst gestimuleerd. Fries-Zeeuwse melkschapen en Zwartblessen zijn van augustus tot februari bronstig, Texelaars van september tot februari. Melkschapen en Zwartblessen worden vaak al in september gedekt, Texelaars krijgen meestal in oktober de ram op bezoek. Een schaap is om de 17-20 dagen bronstig ( rams of rammig ) , ongeveer 24 uur lang. Texelse en Zwartblesooien zijn in de buurt van de ram te vinden en blijven voor de ram staan. Bronstige melkschapen kwispelen met de staart en kunnen flink blaten. De bronst kan bij de ooien opgewekt woden door 3 of 4 weken voor de dektijd de ram in de wei naast de ooien te weiden. Hiedroor kunnen ook meer ooien tegelijkertijd bronstig worden. De lammertijd is dan korter.

De dektijd

Wanneer wil je de eerste lammeren hebben? Reken dan 5 maanden min 5 dagen terug en je weet wanneer de dektijd moet beginnen. Dat betekent dat in het najaar al je plannen voor huisvesting, organisatie etc. klaar moeten zijn. Een vroege dektijd geeft vroege lammeren. Het melken kan dan al vroeg gaan beginnen en grote lammeren brengen met en na pasen meer geld op. Laat de ram ongeveer 5 weken bij de ooien, de meeste ooien zijn in die tijd 2 keer bronstig geweest en waarschijnlijk gedekt en bevrucht. Een lange dektijd geeft een lange lammertijd. De kans is dan groot dat de laatste lammerende ooien te weinig aandacht krijgen. Een oudere ram kan zo'n 40 ooien aan, een halfjarige ram heeft het al druk genoeg met 25 ooien. De lammeren van het afgelopen jaar kunnen, als ze goed gezond zijn en goed ontwikkeld, het eerste najaar al gedekt worden. Bij een goede voeding en verzorging zullen ze door blijven groeien tijdens de dracht en het zogen of melken. Het komt voor dat de ram een voorkeur heeft voor oudere ooien die al een keer gelammerd hebben. Je kunt de lammeren en de oudere ooien daarom het beste in 2 groepen verdelen. Een ram dekt het liefst de ooien van zijn eigen ras en soms ook nog van zijn eigen kleur. Om in de gaten te houden of de ram zijn werk doet kun je hem een dektuig met kleurblok omdoen. Bij het dekken geeft het kleurblok af achter op de rug van de ooi. Als je iedere dag de wei ingaat en de dekdatum noteerd weet je welke schapen het eerst en weelke het laatst moeten lammeren. Na 16 dagen komt er een ander kleurblok in het tuig. De schapen met een andere kleur stempel zijn later bronstig geworden of voor de tweede keer gedekt. De beste kleurvolgorde is groen en dan rood of blauw. Voor zwarte schapen word vaak geel of blauw gebruikt. Het karakter van de rammen is heel verschillend. Bij sommige rammen kan je niet eens in de wei komen. Rammen van melkschapen zijn vaak actiever en ook deklustiger dan Texelse rammen. Ze zijn in staat door een brede sloot naar een bronstige ooi toe te zwemmen. Houd ze voor de dektijd op stal. Ook Zwartblesrammen kunnen erg fel zijn. Je moet een ram ( van welk ras dan ook ) altijd goed in de gaten houden. Ze kunnen van achteren aanvallen of zich oprichten en stoten.

Terug naar natuurlijker schapen houden.
Natuurlijkerleven.nl
Samen op weg naar een betere wereld